ECLI:NL:CRVB:2000:BJ5161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging overplaatsing wegens plichtsverzuim van ambtenaar-conciërge
Appellant, werkzaam als conciërge sinds 1987, werd wegens plichtsverzuim overgeplaatst naar een andere school. Dit volgde op herhaalde uitingen die de grenzen van het toelaatbare gedrag overschreden, met name negatieve kwalificaties over de rector, ook in aanwezigheid van leerlingen en ouders.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel. Appellant voerde aan dat de beoordeling onvoldoende gemotiveerd was, dat het gedrag mede voortkwam uit de relatie met de rector en dat de strafmaatregel onevenredig was gezien zijn staat van dienst en het ontbreken van gerichte waarschuwingen.
De Raad oordeelt dat de overplaatsing, als op één na lichtste disciplinaire straf, passend is gezien de herhaling van het gedrag ondanks waarschuwingen. De overplaatsing vond plaats met behoud van bezoldiging en in een gelijkwaardige functie, conform de voorkeur van appellant.
De Raad wijst het verweer van appellant af dat er met twee maten wordt gemeten, omdat het gedrag van appellant zich ook in het openbaar afspeelde en niet vergelijkbaar is met interne opmerkingen van leraren. Er is geen aanleiding het besluit onhoudbaar te achten of toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
De uitspraak van 2 februari 1998 van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De overplaatsing wegens plichtsverzuim wordt bevestigd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.