ECLI:NL:CRVB:2000:AI5657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum wettelijke rente bij vertraagde toekenning arbeidsongeschiktheidsuitkering
Appellant heeft bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) een uitkering aangevraagd op grond van de WAO en AAW. Het eerste besluit kende een uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 15-25%, terwijl het tweede besluit dit verhoogde naar 25-35%. De rechtbank vernietigde het eerste besluit, maar verklaarde het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het tweede besluit eveneens vernietigd, omdat gedaagde heeft erkend dat appellant vanaf 13 juni 1995 voor 80-100% arbeidsongeschikt moet worden beschouwd. De Raad oordeelt dat de wettelijke rente verschuldigd is vanaf 1 juli 1995, de eerste dag na de termijn waarbinnen gedaagde had moeten beslissen.
De Raad veroordeelt gedaagde tot betaling van wettelijke rente over het bruto bedrag van de uitkering, verminderd met reeds betaalde bedragen uit andere sociale zekerheidswetten. Daarnaast worden proceskosten en griffierecht aan appellant vergoed. Het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten na toestemming van partijen.
Uitkomst: Besluit tot toekenning arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt vernietigd en wettelijke rente wordt toegekend vanaf 1 juli 1995.