ECLI:NL:CRVB:2000:AE8546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt premieplicht wegens ontbreken privaatrechtelijke dienstbetrekking
Appellant, een zelfstandig lasser, werd door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) verantwoordelijk gehouden voor premies over werkzaamheden die door twee werknemers voor hem waren verricht. Het Lisv kwalificeerde de arbeidsrelatie als een privaatrechtelijke dienstbetrekking, waarbij appellant als werkgever werd gezien. De rechtbank bevestigde dit standpunt, maar appellant tekende hoger beroep aan.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en kwam tot een andere waardering. Uit het dossier en de zitting bleek dat de werknemers grotendeels zelfstandig werkten, met eigen gereedschap en apparatuur, en slechts in uitzonderlijke gevallen gebruik maakten van materialen van appellant. De Raad stelde vast dat er geen reëel werkgeversgezag bestond, omdat aanwijzingen beperkt waren tot een tekening en een eindcontrole, en dat het overdoen van werk bij afkeuring voor eigen rekening van de werknemers was.
De Raad oordeelde dat de kwalificatie als privaatrechtelijke dienstbetrekking niet standhoudt en dat appellant daarom niet premieplichtig is. Tevens werd vastgesteld dat de zelfstandigheidsverklaringen van de werknemers niet zonder meer konden worden genegeerd. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd. Daarnaast werd Lisv veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd wegens ontbreken van privaatrechtelijke dienstbetrekking en werkgeversgezag.