ECLI:NL:CRVB:2000:AA9300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering ex-echtgenote op grond van Algemene nabestaandenwet
Appellante, ex-echtgenote van de in 1996 overleden C., verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw). De Sociale Verzekeringsbank weigerde deze uitkering omdat appellante niet als nabestaande in de zin van de Anw kon worden aangemerkt. Na bezwaar en beroep bleef dit besluit in stand.
In hoger beroep betoogde appellante dat er weliswaar geen rechterlijke uitspraak of notariële akte was die haar economische afhankelijkheid van C. vastlegde, maar dat de gemeente verhaal had gezocht op C. vanwege een aan appellante toegekende bijstandsuitkering, gebaseerd op een rechterlijke uitspraak van 1 augustus 1995. Volgens appellante toonde dit aan dat C. verplicht was levensonderhoud te verschaffen.
De Raad overwoog dat de wet alleen een ex-echtgenoot als nabestaande erkent indien er een rechterlijke uitspraak of overeenkomst is die de onderhoudsverplichting vastlegt, en dat de financiële band tussen de overledene en de ex-echtgenoot op die wijze moet blijken. Het verhaal op C. door de gemeente creëert echter geen financiële band in de zin van de wet. Daarom is niet voldaan aan de voorwaarden van artikel 4 Anw Pro en wordt de weigering van de nabestaandenuitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaandenuitkering aan appellante wegens het ontbreken van een wettelijke onderhoudsverplichting.