ECLI:NL:CRVB:2000:AA7417
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens overschrijding termijn afgewezen
De zaak betreft een verzetprocedure tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin het hoger beroep van opposante niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken voor het indienen van het beroepschrift.
Opposante betoogde dat zij de termijn vanaf de tweede verzending van de uitspraak (10 mei 1999) mocht rekenen, omdat zij de eerste verzending niet had ontvangen. De Raad overwoog dat de uitspraak van de rechtbank op 15 april 1999 aangetekend was verzonden en daarmee de beroepstermijn op 16 april 1999 begon te lopen. De tweede verzending was niet relevant voor het opnieuw laten starten van de termijn.
De Raad oordeelde dat opposante ondanks problemen met postbezorging redelijkerwijs had kunnen nagaan welke datum zij moest aanhouden voor het instellen van hoger beroep. Omdat het beroepschrift pas op 16 juni 1999 werd ingediend, was dit te laat. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard.
De Raad zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb en bevestigde daarmee de eerdere niet-ontvankelijkverklaring.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.