ECLI:NL:CRVB:2000:AA6857
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim ambtenaar na frauduleuze gedragingen
Appellant is geschorst en vervolgens ontslagen op grond van plichtsverzuim, waaronder het aanbieden van fictieve postadressen, manipulatie van belastingaangiften en het oprichten van een fictieve politieke partij met als doel financieel voordeel. De Raad stelt vast dat deze gedragingen, hoewel buiten werktijd gepleegd, de integriteit van de ambtenaar ernstig schaden en derhalve als plichtsverzuim moeten worden aangemerkt.
De Raad bevestigt dat de rechtbank bevoegd was om over de beroepen te oordelen ondanks eerdere procedurele discussies over de juiste rechtbank. Tevens wordt geoordeeld dat het disciplinaire traject losstaat van het strafrechtelijk onderzoek en dat het wachten op afronding van het strafrechtelijk onderzoek niet verplicht was.
Appellants beroep op vertrouwen in zijn positie wordt verworpen, aangezien de doorbetaling van salaris tijdens schorsing geen garantie bood tegen ontslag. Ook is geen sprake van onevenredigheid tussen het plichtsverzuim en de opgelegde disciplinaire straf. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens plichtsverzuim wordt bevestigd.