ECLI:NL:CRVB:2000:AA5722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- F.P. Zwart
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen wegens niet-verzekerde tijdvakken
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank waarin zijn AOW-pensioen met ingang van 1 april 1993 werd toegekend met een korting van 4%, gebaseerd op niet-verzekerde tijdvakken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd om de vastgestelde niet-verzekerde perioden te betwisten.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij gedurende een deel van de niet-verzekerde tijdvakken in Nederland werkzaam was en dat de korting slechts 2% had mogen bedragen. De Raad heeft de standpunten van de rechtbank onderschreven en gewezen op de betrouwbare opgaven van de Belastingdienst en de Duitse Landesversicherungsanstalt Westfalen.
De Raad concludeerde dat appellant gedurende meer dan twee volle jaren niet verzekerd was ingevolge de AOW en dat de korting van 4% op het pensioen terecht is vastgesteld. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, waarbij een onderdeel over de toeslag voor de echtgenote buiten beschouwing werd gelaten omdat dit niet ter beoordeling stond.
Er werden geen proceskosten opgelegd. De uitspraak werd op 1 maart 2000 in het openbaar gegeven door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De korting op het AOW-pensioen van appellant wordt bevestigd op 4% wegens meer dan twee jaar niet-verzekerde tijdvakken.