ECLI:NL:CRVB:2000:AA5669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- D.J. van der Vos
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging boetebesluiten wegens willekeur bij reïntegratieplan WAO
In deze zaak zijn meerdere hoger beroepen behandeld tegen boetebesluiten van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) die werkgevers een boete van f 1.000,-- oplegden wegens het niet tijdig indienen van een adequaat reïntegratieplan conform artikel 71a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Lisv de boetebepaling niet consistent en gelijkmatig heeft toegepast. Uit onderzoek bleek dat uitvoeringsinstellingen als Gak en Cadans verschillend beleid voerden, waarbij sommige kantoren boetes oplegden en andere vanwege capaciteitsproblemen of beleid boetes achterwege lieten. Dit leidde tot willekeurige bejegening van werkgevers.
De Raad stelde vast dat artikel 71a, eerste lid, WAO een duidelijke en ondubbelzinnige verplichting tot gelijktijdige indiening van het reïntegratieplan met de aangifte van arbeidsongeschiktheid stelt, en dat de boete bij niet-naleving helder is geregeld. Echter, de ongelijke uitvoering door het Lisv schond het verbod van willekeur zoals neergelegd in artikel 3:4 Awb Pro.
Daarom bevestigde de Raad de vernietiging van de boetebesluiten door de rechtbanken en veroordeelde het Lisv tot vergoeding van proceskosten aan de belanghebbenden. De zaak benadrukt het belang van een consistente en transparante handhaving van bestuursrechtelijke boetebepalingen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van de boetebesluiten wegens willekeurige toepassing door het Lisv.