ECLI:NL:CRVB:1999:AN6048
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toetsing terugkomen op onaantastbaar geworden besluit in WAO-uitkeringszaak
In deze zaak stond centraal of het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) ten nadele van een verzekerde mocht terugkomen op een eerder onaantastbaar geworden besluit waarbij een WAO-uitkering was toegekend. De verzekerde had zich pas na een lange periode van arbeidsongeschiktheid gemeld, waarbij een eerdere schriftelijke toezegging was gedaan dat de uitkering met ingang van 31 augustus 1982 zou worden toegekend.
De rechtbank had het besluit vernietigd omdat het terugkomen op het onaantastbaar geworden besluit in strijd zou zijn met het rechtszekerheidsbeginsel. De Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat het uitvoeringsorgaan bevoegd was terug te komen op de toezegging omdat deze berustte op een administratieve fout en de uitkering in strijd met de wet zou zijn toegekend.
De Raad stelde vast dat geen sprake was van een bijzonder geval dat een verdergaande terugwerkende kracht dan één jaar voor de aanvraagdatum rechtvaardigde. Ook was er geen sprake van financiële verplichtingen of gewekte verwachtingen die het terugkomen op het besluit zouden verbieden. De belangenafweging leidde tot de conclusie dat het besluit van het uitvoeringsorgaan niet in strijd was met algemeen verbindende voorschriften, rechtsbeginselen of beginselen van behoorlijk bestuur.
Daarmee werd het hoger beroep van het uitvoeringsorgaan gegrond verklaard en het beroep van de verzekerde ongegrond. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het uitvoeringsorgaan wordt gegrond verklaard en het beroep van de verzekerde ongegrond; het besluit om terug te komen op de uitkering is rechtmatig.