ECLI:NL:CRVB:1999:AA8686
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- D.J. van der Vos
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering hydraulisch geveerde stoel in vrachtauto
Appellant, die een tuincentrum exploiteert, vroeg het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) om een hydraulisch geveerde stoel en een hydraulische kraan voor zijn vrachtauto vanwege medische klachten en bedrijfsvoering. Gedaagde weigerde deze voorzieningen, waarop appellant bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep vernietigt de Raad het besluit omtrent de hydraulisch geveerde stoel omdat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de vraag of deze stoel inherent is aan een goede bedrijfsvoering en algemeen gebruikelijk is.
De Raad oordeelt dat appellant medisch wel degelijk aangewezen is op de hydraulisch geveerde stoel, maar dat de subsidiaire grond voor weigering onvoldoende is gemotiveerd en niet zorgvuldig is onderzocht. Ten aanzien van de hydraulische kraan bevestigt de Raad het besluit omdat deze voorziening, gelet op de aard van het bedrijf en het vervoer van zware materialen, algemeen gebruikelijk en noodzakelijk wordt geacht.
De Raad veroordeelt gedaagde tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant. Het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover het de stoel betreft en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het besluit omtrent de kraan blijft in stand.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van een hydraulisch geveerde stoel wordt vernietigd en het besluit omtrent de hydraulische kraan bevestigd.