ECLI:NL:CRVB:1999:AA8572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Chr. van Voorst
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bestuursrechtelijke aard van oordeel over arbeidsongeschiktheid in Ziektewet
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het oordeel van een verzekeringsarts dat hij per 17 september 1996 geschikt was voor zijn werkzaamheden, hetgeen leidde tot afwijzing van zijn verzoek om een voor beroep vatbare beslissing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het oordeel van de verzekeringsarts geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is.
In hoger beroep stelde appellant dat het oordeel wel een publiekrechtelijke rechtshandeling is, omdat het gevolgen kan hebben voor zijn aanspraken op uitkeringen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het oordeel van de verzekeringsarts een civielrechtelijke verklaring is die geen publiekrechtelijke rechtsgevolgen heeft en daarom niet als besluit kwalificeert.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde deze onbevoegd om te oordelen over de rechtmatigheid van de brief waarin het verzoek van appellant werd afgewezen. Tevens werd geoordeeld dat de weigering om het oordeel van de verzekeringsarts om te zetten in een besluit niet als een besluit kan worden aangemerkt.
De Raad besloot geen kosten aan de zijde van appellant toe te wijzen en vernietigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij de rechtbank onbevoegd werd verklaard.
Uitkomst: De rechtbank is onbevoegd om te oordelen over het oordeel van de verzekeringsarts omdat dit geen besluit is in de zin van de Awb.