ECLI:NL:CRVB:1999:AA8544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Chr. van Voorst
- M.A. Hoogeveen
- W.M. Levelt-Overmars
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sanctie wegens te late ziekmelding volgens Ziektewet
In deze zaak staat centraal de vraag of de wijze waarop het Landelijk instituut sociale verzekeringen (gedaagde) een boete heeft opgelegd aan appellant wegens te late ziekmelding, rechtmatig is. Appellant betwistte niet de bevoegdheid van gedaagde om een bedrag in rekening te brengen, maar voerde aan dat er geen juiste belangenafweging had plaatsgevonden en dat ten onrechte geen onderscheid werd gemaakt tussen een gewone Ziektewet-uitkering en een bevallingsuitkering.
De Raad overwoog dat gedaagde een groot belang heeft bij het tijdig vaststellen van de ongeschiktheid tot werken en het verband met zwangerschap, mede vanwege de toepassing van artikel 29a ZW. Het Sanctiebesluit Ziektewet BV25 is volgens de Raad passend en niet onevenredig, zeker gezien de ziekmelding pas na de bevalling plaatsvond. De Raad verwierp het betoog van appellant dat er geen schade zou zijn bij bevallingsuitkeringen.
Uiteindelijk bevestigde de Raad het bestreden besluit en de opgelegde sanctie van 35% van het dagloon, waarmee appellant een bedrag van f 2.606,88 moest betalen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak benadrukt het belang van correcte naleving van ziekmeldingsvoorschriften binnen de sociale zekerheidswetgeving.
Uitkomst: De opgelegde sanctie van 35% boete wegens te late ziekmelding wordt bevestigd.