ECLI:NL:CRVB:1999:AA5335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging proceskostenveroordeling wegens onbevoegd besluit verzekeringsarts
De zaak betreft een geschil tussen A. en het Landelijk Instituut sociale verzekeringen (Lisv) over het besluit om vanaf 10 april 1995 geen ziekengeld meer toe te kennen aan A. vanwege haar geschiktheid tot arbeid. De rechtbank had het beroep van A. gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. Tevens veroordeelde de rechtbank het Lisv in de proceskosten.
In hoger beroep stelde het Lisv zich alleen op het standpunt dat de veroordeling in de proceskosten onterecht was, omdat het besluit formeel onbevoegd was genomen door een verzekeringsarts zonder mandaat. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit standpunt en oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het Lisv in de proceskosten had veroordeeld. De overige onderdelen van de uitspraak, waaronder het oordeel over de geschiktheid van A., werden bevestigd.
De Raad overwoog dat het mandaatbesluit geen ondermandaat aan verzekeringsartsen toestaat en dat het achteraf bekrachtigen van het besluit dit gebrek niet wegneemt. Omdat de rechtsgevolgen van het besluit op een juiste feitelijke grondslag berusten, bleef de rechtsgevolgentoestand gehandhaafd. De Raad zag geen grond voor een proceskostenveroordeling op basis van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad vernietigt de proceskostenveroordeling van het Lisv en bevestigt de rest van de uitspraak.