ECLI:NL:CRVB:1999:AA4169
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens zeer ernstig plichtsverzuim bij politieambtenaar
Appellant, werkzaam bij de politie sinds 1976 en sinds 1994 in dienst van de Korpsbeheerder van de Politieregio Zeeland, werd op 25 maart 1996 geschorst en per 1 mei 1996 ontslagen wegens zeer ernstig plichtsverzuim. Dit plichtsverzuim bestond uit drie gedragingen: het zelfstandig afdoen van een aangifte van mishandeling en verkrachting zonder overleg en zonder proces-verbaal, het bezoeken van meldsters alleen en in de late avonduren wat de schijn van onprofessioneel gedrag wekte, en het niet naleven van voorschriften tijdens ziekte, waaronder het negeren van oproepen van de bedrijfsarts en onwettige afwezigheid.
De rechtbank had het beroep van appellant tegen het ontslag ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn psychische gesteldheid en het ontbreken van een psychiatrisch onderzoek een rechtvaardiging zouden vormen voor zijn gedrag, maar deze stellingen werden niet ondersteund door feiten.
De Raad overweegt dat het bewust negeren van opdrachten tot werkhervatting als plichtsverzuim geldt en dat de gedragingen van appellant het aanzien van de dienst hebben geschaad. Het niet opvolgen van voorschriften en het ontbreken van overleg en rapportage maken het handelen oncontroleerbaar. De Raad acht het ontslag als een passende straf gezien het vertrouwen dat in politieambtenaren moet worden gesteld.
Gelet op deze overwegingen bevestigt de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens zeer ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.