ECLI:NL:CRVB:1999:AA3959
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.H. van Kreveld
- P. Ingelse
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gedeeltelijke beëindiging wachtgeld en vergoeding griffierecht
Appellant, voormalig ambtenaar aan de Rijksuniversiteit Utrecht, ontving wachtgeld na ontslag en was later in deeltijd opnieuw in dienst. Met ingang van 1 maart 1994 viel zijn wachtgeld onder het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel (BWOO). Gedaagde stelde appellant bij brief op de hoogte van verrekening van neveninkomsten vanaf 1 januari 1996, waarop appellant bezwaar maakte.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk omdat de brochure geen besluit was en het overgangsrecht slechts algemeen verbindende voorschriften bevatte. De Centrale Raad oordeelde echter dat het aanvullende bezwaar van 1 februari 1996 tegen het besluit van 5 maart 1996 wel ontvankelijk had moeten worden verklaard.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het bezwaar van 1 februari 1996 betrof en bepaalde dat gedaagde alsnog op dit bezwaar moet beslissen. Tevens werd het door appellant betaalde griffierecht van f 360,- aan hem vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot gedeeltelijke beëindiging van het wachtgeld wordt vernietigd en gedaagde moet alsnog op het bezwaar beslissen; griffierecht wordt aan appellant vergoed.