ECLI:NL:CRVB:1999:AA3727
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verrekeningsbesluiten en proceskostenveroordeling in AAW/WAO-zaken
Deze zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen besluiten van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) inzake de verrekening van onverschuldigd betaalde AAW- en WAO-uitkeringen. De gedingen betreffen meerdere besluiten waarbij het Lisv bedragen heeft vastgesteld die van appellants uitkering moesten worden ingehouden ter verrekening van schulden.
De rechtbank Haarlem had eerder enkele besluiten vernietigd en andere ongegrond verklaard, waarbij ook proceskostenveroordelingen werden uitgesproken. Appellant stelde dat de rechtbank onjuist had gehandeld bij de toekenning van proceskosten, met name door onvoldoende punten toe te kennen voor proceshandelingen zoals verschijnen ter zitting en aanvullende schriftelijke stukken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank inderdaad onjuist heeft gehandeld bij de proceskostenveroordeling en wijst toe dat ook het verschijnen ter zitting en het beroepschrift in aanmerking komen voor vergoeding. Daarnaast bevestigt de Raad dat de verrekeningsbesluiten 3 en 4 in rechte stand kunnen blijven, waarbij de berekening van het vrij te laten inkomen en de woonkosten conform de wettelijke bepalingen is toegepast. Het verzoek om toepassing van artikel 8:73 Awb Pro voor schadevergoeding wordt afgewezen omdat geen schade is vastgesteld.
De Raad veroordeelt het Lisv tot vergoeding van proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep en bepaalt dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van enkele besluiten, wijzigt de proceskostenveroordeling en veroordeelt het Lisv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.