ECLI:NL:CRVB:1999:AA3579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verzekeringsplicht wegens ontbreken gezagsverhouding bij invoegen losbladige uitgaven
Appellant, een advocatenkantoor, schakelde in 1992 C., een rechtenstudent, in om supplementen in losbladige juridische uitgaven in te voegen. C. werkte wanneer hem dat uitkwam, zonder toezicht of aanwijzingen van appellant, en voerde het werk meestal in de kelder uit. Het Lisv stelde dat er sprake was van een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst, waardoor verzekeringsplicht bestond. De rechtbank onderschreef dit standpunt.
In hoger beroep betoogde appellant dat geen gezagsverhouding bestond, omdat er geen controle of verplichting tot het opvolgen van opdrachten was. De Raad overwoog dat de werkzaamheden losstonden van de arbeidsorganisatie van appellant en dat er geen aanwijzingen waren voor toezicht of aanwijzingen. Het belang van het invoegen voor de bedrijfsvoering was onvoldoende om een gezagsverhouding aan te nemen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, oordeelde dat het Lisv niet had bewezen dat er een arbeidsovereenkomst was, en veroordeelde het Lisv tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot verzekeringsplicht van C. wordt vernietigd wegens ontbreken van een gezagsverhouding.