ECLI:NL:CRVB:1998:BJ5619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslagbesluit wegens onvoldoende bewijs plichtsverzuim ambtenaar Kadaster
De zaak betreft het hoger beroep van een ambtenaar van het Kadaster Zuid-Holland tegen zijn met onmiddellijke ingang verleende disciplinair ontslag wegens vermeend ernstig plichtsverzuim. Dit ontslag was gebaseerd op het vermoeden dat hij zich onrechtmatig gelden had toegeëigend, vastgesteld door middel van videobeelden in een strafrechtelijk onderzoek.
De videobanden toonden dat de ambtenaar op 3 oktober 1995 handelingen verrichtte waarbij een bedrag van circa 21 gulden uit de kassa werd genomen, maar het was niet vast komen te staan dat hij dit bedrag daadwerkelijk heeft toegeëigend. De Raad oordeelde dat de videobeelden onvoldoende uitsluitsel gaven en dat het ontbreken van een overtuigende verklaring niet voldoende was om plichtsverzuim te bewijzen.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde daarom het besluit op bezwaar en het primaire ontslagbesluit. Tevens werd de Raad van Bestuur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de appellant. Het hoger beroep van de Raad van Bestuur werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat bij het ontbreken van plichtsverzuim geen disciplinaire maatregel kan worden opgelegd.
Uitkomst: Het ontslagbesluit van de ambtenaar wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van plichtsverzuim.