ECLI:NL:CRVB:1998:BD9616
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van WAO-uitkeringsbesluit en bevoegdheid bestuursorgaan bij bezwaar
In deze zaak staat de beoordeling centraal van een WAO-uitkeringsbesluit van 6 april 1995 en een daarop volgend nadere besluit van 12 september 1997, waarbij het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) in de plaats trad van de bedrijfsvereniging. Appellante had bezwaar gemaakt tegen het nadere besluit en het daarop volgende besluit van 15 januari 1998, maar de Raad oordeelt dat het bestuursorgaan niet bevoegd was om op dat bezwaar te beslissen omdat het bezwaar tegen een nadere besluitvorming gericht was.
De rechtbank had het oorspronkelijke besluit van 6 april 1995 vernietigd en bepaald dat een nieuw besluit moest worden genomen. Het Lisv nam vervolgens het nadere besluit van 12 september 1997, waarin opnieuw een WAO-uitkering werd toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%. Appellante voerde aan dat haar medische beperkingen werden onderschat en dat zij niet in staat was tot arbeid, ook niet in parttime functies. De Raad baseert zich op medische en arbeidsdeskundige rapportages die het besluit ondersteunen en concludeert dat het nadere besluit terecht is genomen.
De Raad verklaart het hoger beroep tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang, verklaart het beroep tegen het nadere besluit ongegrond en vernietigt het besluit van 15 januari 1998 wegens onbevoegdheid van het bestuursorgaan. Hiermee wordt bevestigd dat het bestuursorgaan niet bevoegd is om op bezwaar tegen een nadere besluitvorming te beslissen en dat de beoordeling van de aanspraken van appellante dient plaats te vinden binnen het kader van het nadere besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het oorspronkelijke besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard; het beroep tegen het nadere besluit wordt ongegrond verklaard; het besluit op bezwaar wordt vernietigd wegens onbevoegdheid.