ECLI:NL:CRVB:1998:BA9492
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- D.J. van der Vos
- R.A.F. de Guasco
- Rechtspraak.nl
Vernietiging proceskostenveroordeling wegens ontbreken beroepsmatige rechtsbijstand
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Amsterdam die het beroep van gedaagde tegen een beslissing over een vervoersvoorziening in het kader van de Wet voorzieningen gehandicapten (WVG) gegrond verklaarde en appellant veroordeelde tot betaling van proceskosten voor verleende rechtsbijstand.
De centrale vraag in hoger beroep betrof de rechtmatigheid van de proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad overwoog dat voor een proceskostenveroordeling sprake moet zijn van beroepsmatig verleende rechtsbijstand en daadwerkelijk gemaakte kosten die aan betrokkene in rekening zijn gebracht.
De Stichting Juridisch en Maatschappelijk Spreekuur, die gedaagde vertegenwoordigde, bracht normaliter geen kosten in rekening, en de stelling dat in dit geval een uitzondering gold werd niet aannemelijk gemaakt. Er waren geen afspraken over kosten tussen de Stichting en gedaagde, noch bewijs van daadwerkelijk gemaakte kosten.
De Raad concludeerde dat het forfaitaire karakter van de proceskostenregeling geen ruimte biedt voor een veroordeling zonder bewijs van kosten. Daarom werd de proceskostenveroordeling vernietigd en gedaagde veroordeeld tot restitutie van de ontvangen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De proceskostenveroordeling wordt vernietigd wegens ontbreken van bewijs van beroepsmatig verleende rechtsbijstand en gemaakte kosten.