ECLI:NL:CRVB:1998:AA8800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- D.J. van der Vos
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergoeding retransplantatie hart in Engeland wegens ontbrekende medische indicatie
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Maastricht waarin een besluit van de Stichting Centrale Zorgverzekeraars werd vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit in stand bleven. Het geschil betreft de weigering van gedaagde om toestemming te verlenen voor vergoeding van een retransplantatie van het hart in Engeland.
De Raad overwoog dat het medische protocol voor harttransplantaties leidend is en dat de Nederlandse hartcentra en de Engelse behandelende artsen unaniem oordelen dat retransplantatie bij appellant medisch niet geïndiceerd is. Dit vormt een gegronde reden voor weigering van vergoeding. Tevens is overwogen dat het Europese recht, waaronder het vrij verkeer van diensten en werknemers, geen belemmering vormt voor deze beslissing zolang er geen medische noodzaak is.
De Raad concludeert dat gedaagde terecht op grond van artikel 9, vierde lid van de Ziekenfondswet de toestemming heeft geweigerd en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Europese jurisprudentie inzake Kohll en Decker is besproken, maar leidt niet tot een ander oordeel omdat in deze zaak geen medische noodzaak voor de behandeling is vastgesteld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van vergoeding voor retransplantatie wegens het ontbreken van een medische indicatie.