ECLI:NL:CRVB:1998:AA8783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- H.C. Cusell
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overgangsrecht en schattingsmethodiek arbeidsongeschiktheid in WAO-uitkering
Deze zaak betreft een geschil tussen het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) en een gedaagde over de weigering van een WAO-uitkering per 23 mei 1994 vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Het Lisv trad op als opvolger van de betrokken bedrijfsvereniging. De rechtbank had het besluit van het Lisv vernietigd omdat de berekeningswijze van de arbeidsongeschiktheid onjuist was toegepast; de rechtbank vond dat een maandloonvergelijking moest worden gehanteerd in plaats van een uurloonvergelijking.
De Raad verwijst naar een eerdere uitspraak waarin een uurloonvergelijking in een vergelijkbare situatie strijdig werd bevonden met artikel 18 van Pro de WAO. Hoewel op 31 december 1997 een wijziging van het Schattingsbesluit in werking trad waarin een uurloonvergelijking werd toegestaan, geldt deze wijziging niet met terugwerkende kracht voor gevallen als deze, die zich voordeden vóór die datum.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de aanspraak van gedaagde op een WAO-uitkering per 23 mei 1994 moet worden beoordeeld volgens het toen geldende rechtsregime zonder toepassing van de gewijzigde schattingsmethodiek. Het hoger beroep van het Lisv wordt daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens wordt een griffierecht van f 630,- aan het Lisv opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Lisv wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.