ECLI:NL:CRVB:1998:AA8767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke afwijzing buitengewoon pensioen wegens werkzaamheden voor Duitse oorlogsindustrie
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Raadskamer WBP van de Pensioen- en Uitkeringsraad waarin zijn aanvraag voor een buitengewoon pensioen op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat eiser vrijwillig en langdurig werkzaamheden heeft verricht voor de Duitse oorlogsindustrie in Frankrijk, Duitsland en Polen, zonder dat sprake was van excuserende factoren.
De Centrale Raad van Beroep heeft het geschil behandeld en overwogen dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden van de Wet, met name de verklaring van de Stichting 1940-1945 waaruit blijkt dat geen omstandigheid als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Wet aanwezig is. Hoewel eiser stelde dat hij om economische redenen gedwongen was de werkzaamheden te verrichten, oordeelde de Raad dat dit geen reden was om af te wijken van de opvatting van de Stichting.
De Raad concludeerde dat verweerster haar discretionaire bevoegdheid niet onredelijk heeft uitgeoefend en dat geen strijd met wettelijke of algemene rechtsbeginselen was vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 en benadrukt het belang van de verklaring van de Stichting 1940-1945 bij de beoordeling van aanspraken op buitengewoon pensioen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het buitengewoon pensioen wordt ongegrond verklaard.