ECLI:NL:CRVB:1998:AA8760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- H.R. Geerling-Brouwer
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding behandeling retinitis pigmentosa buiten Nederland
Appellant, lijdend aan retinitis pigmentosa, verzocht vergoeding voor een behandeling door een Cubaanse oogarts. Het dagelijks bestuur van het Instituut Zorgverzekering Ambtenaren Nederland wees dit verzoek af omdat de behandeling niet tot het in Nederland gangbare medische terrein behoort.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde dat het medisch advies waarop de afwijzing was gebaseerd, onzorgvuldig was tot stand gekomen, onder meer omdat de medisch adviseur appellant niet had onderzocht en geen contact had gezocht met diens behandelend oogarts.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de kernvraag was of de behandeling tot het in Nederland gangbare terrein der geneeskunde behoort. Aangezien dit niet het geval was, konden de bezwaren tegen het medisch advies niet tot een andere uitkomst leiden. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van vergoeding voor een niet-gangbare medische behandeling in Nederland.