ECLI:NL:CRVB:1998:AA8688
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- D.J. van der Vos
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering medeverzekering echtgenote onder Ziekenfondswet
Appellant ging in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht waarin de weigering van medeverzekering van zijn echtgenote onder de Ziekenfondswet werd gehandhaafd. De rechtbank had het beroep niet-ontvankelijk verklaard voor bepaalde onderdelen en ongegrond voor de weigering van medeverzekering over de periode 19 april 1992 tot 1 mei 1994. Het bestreden besluit tot weigering van medeverzekering vanaf 1 mei 1994 werd vernietigd.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat appellants echtgenote over de periode 8 april 1991 tot 1 mei 1994 niet als medeverzekerde kan worden aangemerkt omdat zij verplicht verzekerd was krachtens artikel 3, eerste lid, ZFW en artikel 4, zestiende lid, onder a, ZFW bepaalt dat zij dan niet als medeverzekerde kan worden aangemerkt. Voor de periode vanaf 1 mei 1994 is appellants echtgenote niet als medeverzekerde erkend omdat appellant niet als kostwinner wordt aangemerkt volgens de Regeling medeverzekering ziekenfondsverzekering.
De Raad verwerpt het standpunt van appellant dat onder inkomen alleen loon uit arbeid valt en bevestigt dat het totale inkomen, inclusief inkomsten uit verhuur en beleggingen, moet worden meegewogen. Gezien de inkomensgegevens kan appellant niet als kostwinner worden aangemerkt. De Raad bevestigt daarmee de aangevallen uitspraak en ziet geen reden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering om appellants echtgenote als medeverzekerde aan te merken onder de Ziekenfondswet.