ECLI:NL:CRVB:1998:AA8579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en ontvankelijkheid in hoger beroep tegen besluit inzake ambtenaar
De Stichting X stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Amsterdam die haar niet-ontvankelijk verklaarde in het beroep tegen een besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Het besluit betrof de afhandeling van bezwaarschriften van een ambtenaar die overging naar de Stichting X.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat zij bevoegd was het hoger beroep te behandelen omdat het besluit betrekking had op een ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet. De Raad bevestigde dat de Stichting X het beroep te laat had ingesteld, namelijk na de in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht gestelde termijn van zes weken.
De Raad vond dat de vertraging binnen de Stichting X, voordat opdracht werd gegeven tot het instellen van beroep, geheel voor haar rekening kwam. Daarom was de niet-ontvankelijkverklaring door de rechtbank terecht en zag de Raad geen aanleiding om de termijnoverschrijding te vergoeden of verder te beoordelen of de Stichting X ontvankelijk zou zijn geweest bij tijdige indiening.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring wegens overschrijding van de beroepstermijn.