ECLI:NL:CRVB:1998:AA8577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- D.J. van der Vos
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgplicht vervoersvoorzieningen voor gehandicapte in AWBZ-instelling
Appellant, het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Baarn, ging in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht die het besluit van 30 december 1996 vernietigde. Dit besluit betrof de zorgplicht voor vervoersvoorzieningen voor een gehandicapte inwoner van een AWBZ-instelling. De rechtbank oordeelde dat het normbedrag voor vervoerskosten onterecht was beperkt en dat toeslagen voor reiskosten naar familie en vrienden niet uitgesloten mochten worden.
In hoger beroep stelde appellant dat bewoners van AWBZ-instellingen een vervoersbehoefte hebben die ongeveer de helft is van die van zelfstandig wonenden, en dat toeslagen alleen in uitzonderlijke gevallen mogen worden toegekend. Gedaagde betoogde dat hij vanwege onvoldoende begeleiding nauwelijks kan deelnemen aan sociale activiteiten binnen de instelling en dat de wekelijkse bezoeken aan zijn ouderlijk huis essentieel zijn om vereenzaming te voorkomen.
De Raad overwoog dat de zorgplicht van het gemeentebestuur zich uitstrekt tot het bieden van verantwoorde vervoersvoorzieningen die sociale participatie mogelijk maken. De jurisprudentie over weekendvervoer uit de AAW is niet zonder meer van toepassing op de WVG. De Raad achtte het normbedrag van 50% van de standaardvergoeding voor bewoners van AWBZ-instellingen niet ongeoorloofd, mits de mogelijkheid tot toeslag blijft bestaan. Wel stelde de Raad vast dat appellant onvoldoende aandacht had besteed aan de begeleidingskosten die gedaagde nodig heeft, waardoor de Algemene wet bestuursrecht werd geschonden.
De Raad bevestigde de vernietiging van het bestreden besluit en beval appellant een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met gedaagdes specifieke omstandigheden, waaronder de noodzaak van begeleidingskosten en de frequentie van bezoeken aan het ouderlijk huis om vereenzaming te voorkomen. Tevens veroordeelde de Raad appellant tot vergoeding van de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en appellant dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de zorgplicht voor begeleidingskosten en bezoekfrequentie.