ECLI:NL:CRVB:1998:AA8487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G.L. Plomp
- A. Beuker-Tilstra
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vervoersvoorziening valt niet onder Schattingsbesluit; werknemer moet zelf vervoer regelen
Verzekerde, die wegens rug- en beenklachten zijn werkzaamheden staakte, ontving uitkeringen op grond van de AAW en WAO. Het Lisv kende hem uitkeringen toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25-35%, later verhoogd naar 35-45%. De rechtbank vernietigde het eerste besluit omdat een voorziening voor woon-werkverkeer niet redelijkerwijs van de werkgever kan worden verlangd.
Het Lisv stelde in hoger beroep dat een vervoersvoorziening losstaat van de mate van arbeidsongeschiktheid en dat de werknemer zelf het vervoer moet regelen, waarbij bij hoge kosten een vergoeding mogelijk is. De Raad volgde dit standpunt en oordeelde dat een vervoersvoorziening niet onder artikel 2.c van het Schattingsbesluit valt.
De medische beperkingen van verzekerde werden door de Raad bevestigd zoals vastgesteld in het besluit van 12 december 1995. Het beroep tegen dit besluit werd ongegrond verklaard. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank, zij het op andere gronden.
De Raad vond geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb en legde aan het Lisv een proceskostenrecht van 630 gulden op.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het Lisv tot toekenning van uitkeringen op grond van de AAW en WAO wordt ongegrond verklaard.