ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7555
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- J.G. Treffers
- R.C. Schoemaker
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering en vermogenstoeval bij uitkering vervolgingsslachtoffers
Eiseres, die in 1985 trouwde, ontving sinds 1982 een periodieke uitkering als vervolgingsslachtoffer. In 1988 werd haar gevraagd haar en haar echtgenoot's vermogen na het huwelijk te specificeren, wat leidde tot een vermogenstoeval van f. 232.088,84, inclusief aandelen van een B.V. waarin haar echtgenoot directeur en enig aandeelhouder is.
De uitkering werd definitief vastgesteld over de jaren 1985-1990, waarbij een bedrag van f. 32.597,61 te veel was uitbetaald en dit bedrag werd teruggevorderd. Eiseres maakte bezwaar tegen de hoogte van de vermogenstoeval en de terugvordering.
De Raad oordeelde dat de waarde van de aandelen terecht op de intrinsieke waarde was gesteld, aangezien er geen reden was om aan de continuïteit van de onderneming te twijfelen. Ook werd geoordeeld dat de lagere waarde voor vermogensbelasting niet relevant was.
Ten aanzien van de terugvordering stelde de Raad dat de wettelijke grondslag daarvoor reeds bestond vóór de invoering van artikel 59a, tweede lid, en dat de terugvordering niet werd belemmerd door het tijdig vaststellen van de uitkering.
De Raad vond geen reden om het besluit te vernietigen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van te veel betaalde uitkering wordt bevestigd.