ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- H.A.A.G. Vermeulen
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag militairen wegens weigering dienstbevel en verregaande nalatigheid
Appellanten, beiden militairen in dienst bij de Koninklijke Landmacht, weigerden in 1992 een dienstbevel op te volgen om het verbindingscentrum te herplaatsen ter ondersteuning van een Oekraïens VN-bataljon in Sarajevo. Na herhaalde opdrachten en waarschuwingen bleven zij in gebreke, wat leidde tot hun repatriëring en schorsing.
Zij werden strafrechtelijk veroordeeld voor het opzettelijk niet opvolgen van een dienstbevel met schadelijke gevolgen voor de operationele gereedheid. De Hoge Raad verwierp hun cassatieberoepen. Vervolgens werden zij op grond van het Algemeen militair ambtenarenreglement ontslagen wegens verregaande nalatigheid.
De Raad toetste of het strafbare feit als bewezen mocht worden aangenomen en of het ontslag op goede gronden en redelijk was. Gezien de ernst van het feit en het geschonden vertrouwen binnen de krijgsmacht oordeelde de Raad dat het ontslag terecht was en bevestigde de eerdere uitspraken.
Uitkomst: Het ontslag van de militairen wegens weigering van een dienstbevel wordt bevestigd.