ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- H.A.A.G. Vermeulen
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen ontslagbesluit en ontslaguitkering ambtenaar gemeente Delfzijl
De zaak betreft het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen inzake het ontslag van een ambtenaar bij de gemeente Delfzijl en de vaststelling van zijn ontslaguitkering. Het ontslagbesluit is genomen op grond van artikel H 11 van het Algemeen Ambtenarenreglement (AAR). De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslagbesluit ongegrond, maar vernietigde het besluit over de ontslaguitkering omdat deze niet voldeed aan de minimumnorm zoals bepaald in het AAR.
Appellant I stelde hoger beroep in tegen de ongegrondverklaring van het beroep tegen het ontslagbesluit, maar de Raad oordeelde dat dit besluit zelfstandig vaststaat en appellant I geen belang heeft bij het hoger beroep, waardoor dit niet-ontvankelijk werd verklaard. Tevens werd het hoger beroep tegen de weigering van de rechtbank om de zaak naar een meervoudige kamer te verwijzen afgewezen.
Appellant II stelde hoger beroep in tegen de vernietiging van het ontslaguitkeringsbesluit, maar de Raad bevestigde dat de uitkering niet voldeed aan de minimumnorm van het AAR, omdat de uitkering in de eerste maand slechts 70% bedroeg in plaats van minimaal 93% volgens de Wachtgeldverordening. De Raad wees ook de grief van vermeende vooringenomenheid van de rechtbank af.
Ten slotte werden appellanten veroordeeld in de proceskosten van gedaagde en werd een griffierecht opgelegd aan de gemeente Delfzijl.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het ontslagbesluit is niet-ontvankelijk verklaard en het besluit over de ontslaguitkering is vernietigd wegens onvoldoende hoogte.