ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6671
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.A. Hoogeveen
- Chr. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking ziekengeld wegens onvoldoende motivering
Appellante was sinds 17 augustus 1992 werkzaam als schoonheidsspecialiste en werd op 3 februari 1995 wegens spanningsklachten arbeidsongeschikt verklaard. Naar aanleiding van een bedrijfswisseling en arbeidsconflict werd haar ziekengeld toegekend. Op 15 augustus 1995 werd zij door de verzekeringsarts van gedaagde als arbeidsgeschikt verklaard, waarna het ziekengeld per 4 september 1995 werd ingetrokken.
De bedrijfsvereniging motiveerde het besluit tot intrekking van het ziekengeld niet volledig, met het argument dat appellante geen behoefte had aan motivering omdat zij het eens was met de arbeidsgeschiktheid. De Centrale Raad oordeelde dat dit standpunt niet verenigbaar is met artikel 4:18 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat alleen in uitzonderlijke gevallen motivering kan worden achterwege gelaten.
Verder bleek uit het besluit niet duidelijk voor welke arbeid appellante per 4 september 1995 geschikt werd geacht, terwijl zij na het einde van haar dienstverband medio april 1995 niet meer bij haar oude werkgever kon terugkeren. De Raad stelde vast dat het besluit niet voldoet aan de motiveringseisen van artikel 4:17 Awb Pro en vernietigde het besluit. Daarnaast werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van het ziekengeld wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.