ECLI:NL:CRVB:1997:BJ5447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- H.R. Geerling-Brouwer
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire straf wegens plichtsverzuim na beschuldigingen fraude studiefinanciering
Appellant, een leraar aan de Rotterdamse Avondscholengemeenschap (RAS), stuurde in 1993 een fax aan de rector en andere betrokkenen waarin hij ernstige beschuldigingen uitte over vermeende fraude met studiefinanciering binnen de school. Naar aanleiding hiervan legde het Curatorium van de Gemeentelijke Stichting Avondlyceum hem een disciplinaire straf op van inhouding van bezoldiging over drie dagen wegens plichtsverzuim.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde dat de straf niet onevenredig was. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn uitingen louter informatief waren en dat hij als lid van de medezeggenschapsraad handelde, waardoor hij niet gestraft kon worden. De Raad oordeelde echter dat de toonzetting van de fax beschuldigend was en dat appellant zonder voorafgaand contact met de rector de brief breed had verspreid.
De Raad stelde vast dat appellant zich niet als een goed ambtenaar had gedragen en dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij handelde namens de medezeggenschapsraad. Gezien zijn eerdere vergelijkbare vergrijp kon de opgelegde straf worden gehandhaafd. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en de opgelegde straf.
Uitkomst: De disciplinaire straf van inhouding van bezoldiging over drie dagen wegens plichtsverzuim wordt bevestigd.