ECLI:NL:CRVB:1997:AF3554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- W.D.M. van Diepenbeek
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing ambtenaar wegens strafrechtelijk onderzoek integriteit
Appellant, werkzaam als ambtenaar bij de gemeente Heerlen, werd in september 1994 geconfronteerd met een strafrechtelijk onderzoek wegens valsheid in authentieke akten en valsheid in geschrift. Naar aanleiding hiervan werd hij door het College van Burgemeester en Wethouders geschorst en de toegang tot gemeentelijke gebouwen ontzegd, met behoud van bezoldiging.
De schorsing werd aanvankelijk voor twee weken opgelegd en later verlengd tot de afronding van het onderzoek. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden ongegrond verklaard door het College en ook door de rechtbank. In hoger beroep werd de vraag voorgelegd of de schorsing in rechte gehandhaafd kon worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de genomen maatregelen zuivere ordemaatregelen zijn, die op grond van het Algemeen Ambtenarenreglement bevoegd zijn. Gezien het belang van de integriteit van het opsporingsapparaat en de mededeling van de rijksrecherche over het strafrechtelijk onderzoek, is er voldoende grond voor de schorsing. De duur van de schorsing is beperkt tot het onderzoek, wat proportioneel is. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De schorsing van de ambtenaar wordt bevestigd en gehandhaafd gedurende het strafrechtelijk onderzoek.