ECLI:NL:CRVB:1997:1
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.F.M. Brenninkmeijer
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Indeling werkgever bij Bedrijfsvereniging voor de Bouwnijverheid bevestigd
Eisers voerden beroep aan tegen het besluit van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) dat hun bedrijf per 1 juli 1995 werd ingedeeld bij de Bedrijfsvereniging voor de Bouwnijverheid in plaats van bij de Bedrijfsvereniging voor het Vervoer. Eisers stelden dat hun bedrijf zich primair bezighoudt met het aan- en afvoeren van zand en grond, en dat de overige werkzaamheden een uitvloeisel daarvan zijn.
Verweerder stelde dat de kernfunctie van het bedrijf ligt in gespecialiseerde grondwerkzaamheden, waarbij het transport slechts een ondergeschikte rol speelt. De Raad overwoog dat het bedrijf zich functioneel manifesteert als een onderneming die 24 uur per dag grondwerkzaamheden verricht voor nutsbedrijven, inclusief het aan- en afvoeren van zand en grond als onderdeel daarvan.
De Raad verwierp de bezwaren van eisers over omzetdaling, kostenverhogingen en verminderde goodwill omdat deze belangen niet relevant zijn voor de indelingsbeslissing. De Raad concludeerde dat het beroep ongegrond is en bevestigde de indeling bij de Bedrijfsvereniging voor de Bouwnijverheid.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de indeling bij de Bedrijfsvereniging voor de Bouwnijverheid wordt ongegrond verklaard.