ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Ch de Vrey
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling appellabiliteit en behandeling bezwaarschriften reiskostenregeling UvA
De zaak betreft beroepen van meerdere ambtenaren van de Universiteit van Amsterdam tegen besluiten van het College van Bestuur inzake de intrekking en nadere regeling van de reiskosten woon-werkverkeer. Het College had op 1 november 1994 besloten de reiskostenregeling in te trekken, wat werd bekendgemaakt aan alle medewerkers. Gedaagden dienden hiertegen gezamenlijk een bezwaarschrift in, dat door appellant niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank vernietigde dit besluit en beval een nieuwe beslissing op het bezwaarschrift. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in en nam op 6 juli 1995 nieuwe besluiten waarin individuele omstandigheden werden meegewogen. De Centrale Raad oordeelt dat het oorspronkelijke besluit van 1 november 1994 een algemeen verbindend voorschrift betreft en derhalve niet appellabel is. De brief waarin het besluit werd toegelicht heeft geen zelfstandige rechtsgevolgen.
De Raad stelt vast dat de besluiten van 6 juli 1995 wel appellabel zijn omdat daarin individuele situaties worden beoordeeld. Deze besluiten moeten dan ook als primaire besluiten worden behandeld en de ingediende beroepen als bezwaarschriften worden opgevat, waarop appellant volgens de Algemene wet bestuursrecht moet beslissen. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de beroepen worden aan appellant teruggegeven voor behandeling als bezwaarschriften.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de reiskostenregeling is niet appellabel; de individuele besluiten van 6 juli 1995 moeten als primaire besluiten worden behandeld als bezwaarschriften.