ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6510
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- H.A.A.G. Vermeulen
- Ch. de Vrey
- Rechtspraak.nl
Vertrouwensbeginsel en rechtszekerheid bij terugvordering teveel betaalde salarissen ambtenaar
Appellant was sinds 1988 werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken via tijdelijke aanstellingen en werd na diverse verlengingen in 1990 niet meer verlengd. Na bezwaar werd hij alsnog met terugwerkende kracht in vaste dienst gesteld en kreeg hij een nabetaling van salaris over de periode 1990-1991. Later besloot de minister het teveel betaalde salaris terug te vorderen omdat appellant ook inkomsten had genoten via een uitzendbureau.
Appellant stelde dat hij op grond van duidelijke en ondubbelzinnige mededelingen van een bevoegde ambtenaar erop mocht vertrouwen dat geen verrekening zou plaatsvinden. De Raad oordeelde dat het vertrouwen van appellant gerechtvaardigd was en dat de fout bij de bevoegde ambtenaar lag. Hierdoor kon het besluit tot terugvordering niet in stand blijven.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en het primaire besluit, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Hiermee werd het vertrouwen van appellant in de juistheid van de salarisbetaling beschermd en werd het rechtszekerheidsbeginsel gehandhaafd.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van teveel betaalde salarissen wordt vernietigd wegens schending van het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheid.