ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. de Vrey
- Th.G.M. Simons
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tweede verzoek om herziening wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht
Verzoeker heeft voor de tweede maal verzocht om herziening van een onherroepelijke uitspraak van de Centrale Raad van Beroep uit 1988, waarin zijn ontslag wegens ongeschiktheid werd bevestigd. Het verzoek is behandeld zonder dat verzoeker aanwezig was. De Raad stelt vast dat het verzoek geen nieuwe feiten of omstandigheden bevat die herziening kunnen rechtvaardigen, maar slechts een herhaling is van eerder aangevoerde argumenten.
De Raad past artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe, dat herziening alleen toestaat op grond van feiten die voor de uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Omdat verzoeker geen nieuwe feiten aanvoert, wordt het verzoek afgewezen.
Daarnaast oordeelt de Raad dat het tweede verzoek kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht inhoudt en veroordeelt verzoeker op grond van artikel 8:75 Awb Pro in de proceskosten van gedaagde, begroot op 355 gulden. Er zijn geen andere kosten vastgesteld die voor vergoeding in aanmerking komen.
De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van het herzieningsrecht en benadrukt dat herziening niet bedoeld is voor herhaalde discussies zonder nieuwe feiten.
Uitkomst: Het tweede verzoek om herziening wordt afgewezen en verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten.