ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.F.M. Brenninkmeijer
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- C.W.M. van Ballegooijen
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid aannemer voor premieschulden onderaannemer volgens Coördinatiewet Sociale Verzekering
Eiseres exploiteerde een groothandel en besteedde assemblagewerkzaamheden uit aan een onderaannemer, B., die failliet ging met achterstallige premieschulden. Het bestuur van de Bedrijfsvereniging stelde eiseres aansprakelijk voor deze premies op grond van de dienstbetrekkingsrelatie en subsidiariteit op grond van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV).
De rechtbank oordeelde dat geen dienstbetrekking bestond en verklaarde het beroep van eiseres gegrond vanwege onvoldoende onderzoek naar de toerekenbaarheid van de niet-betaling. De Raad oordeelde anders en stelde vast dat eiseres als aannemer en B. als onderaannemer kwalificeren volgens artikel 16b CSV. De Raad vond voldoende bewijs dat de niet-betaling aan B. te wijten was, mede vanwege incompetent financieel beheer en onrechtmatige kasopnames.
De Raad verwierp ook het verweer dat aansprakelijkheid niet geldt wegens betalingen via een G-rekening en bevestigde dat de aansprakelijkheid wordt bepaald door de omvang van de premies minus de daadwerkelijk betaalde bedragen via de G-rekening. De Raad vernietigde het eerdere vonnis en verklaarde het beroep van eiseres ongegrond, waarmee eiseres aansprakelijk blijft voor de premieschulden van haar onderaannemer.
Uitkomst: De Raad verklaart het beroep van eiseres ongegrond en bevestigt haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de premieschulden van de onderaannemer.