ECLI:NL:CRVB:1996:AL0666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onverenigbaarheid eigen bijdrage kraamzorg bij medische ziekenhuisopname met ILO-verdragen
In deze zaak staat de vraag centraal of de Stichting Regionaal Ziekenfonds gerechtigd was een eigen bijdrage op te leggen voor kraamzorg bij medisch geïndiceerde ziekenhuisopname in verband met bevalling. Eiseressen bestreden deze beslissingen en voerden aan dat deze in strijd zijn met de ILO-verdragen 102 en 103, die minimumnormen voor sociale zekerheid en bescherming van het moederschap bevatten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bepalingen van deze verdragen, die rechtstreekse werking hebben, een verbod inhouden om eigen bijdragen te heffen voor kraamzorg bij medische ziekenhuisopname. Artikel 3a van het Besluit ziekenhuisverpleging ziekenfondsverzekering, dat deze eigen bijdrage regelde, is daarom onverenigbaar met deze verdragsbepalingen en dient buiten toepassing te blijven.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraken en beslissingen van het ziekenfonds, en veroordeelde gedaagde tot vergoeding van de door eiseressen betaalde griffierechten en proceskosten in hoger beroep. Hiermee wordt aangesloten bij de internationale verplichtingen van Nederland en wordt de positie van verzekerden bij kraamzorg versterkt.
Uitkomst: De eigen bijdrage voor kraamzorg bij medisch geïndiceerde ziekenhuisopname is onverenigbaar met ILO-verdragen en de bestreden beslissingen worden vernietigd.