ECLI:NL:CRVB:1995:ZB3191
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- M.I. 't Hooft
- P.A.W. Hermans
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling bij vervoersvoorziening voor geestelijk beperkte verzoekster
Verzoekster, een geestelijk beperkte vrouw opgenomen in een inrichting, vroeg op 1 mei 1991 om een vervoersvoorziening op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW). Het bestuur van de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging wees dit verzoek in 1991 af, waarna verzoekster beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, met als kernvraag of de extra begeleidingskosten bij openbaar vervoer vergoed konden worden. De rechtbank oordeelde dat deze begeleiding tot de verzorgingstaak van de inrichting behoorde en dus niet via de AAW vergoed kon worden.
Verzoekster stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens de procedure bracht het bestuur naar voren dat het sinds 1991 een begunstigend beleid voerde waarbij begeleidingskosten bij openbaar vervoer onder voorwaarden werden vergoed. Dit beleid werd ook met terugwerkende kracht op verzoekster toegepast, waardoor zij alsnog een forfaitaire vergoeding ontving. Hierdoor trok verzoekster haar hoger beroep in en verzocht het bestuur te veroordelen in de proceskosten.
De Raad oordeelde dat het begunstigend beleid al ten tijde van de aanvraag gold en dat indien dit tijdig was toegepast, de beroepsprocedure niet nodig was geweest. Er was geen reden om het verzoek om proceskostenveroordeling af te wijzen. De Raad veroordeelde het bestuur tot betaling van de proceskosten van verzoekster en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De kosten van de eerste aanleg werden niet betrokken omdat die uitspraak vóór 1 januari 1994 was gedaan.
Uitkomst: Het bestuur wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en vergoeding van het griffierecht vanwege het niet tijdig toepassen van begunstigend beleid.