ECLI:NL:CRVB:1995:ZB3038
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.C. Cusell
- C.G.L. Plomp
- M.M. van Maurik
- Rechtspraak.nl
Verrekening vordering tegen overleden uitkeringsgerechtigde met overlijdensuitkering echtgenote niet toegestaan
Het bestuur van de Bedrijfsvereniging voor de Bouwnijverheid vorderde een bedrag van f 22.525,- terug wegens onverschuldigd betaalde WAO-uitkeringen aan wijlen de echtgenoot van gedaagde. Na het overlijden van de echtgenoot wilde het bestuur deze vordering verrekenen met de overlijdensuitkering die aan de echtgenote toekomt.
De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde gegrond en vernietigde de verrekeningsbeslissing. Het bestuur stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat artikel 57 van Pro de WAO verrekening alleen toestaat tussen dezelfde personen of instellingen en niet met overlijdensuitkeringen aan erfgenamen.
De overlijdensuitkering is bedoeld voor het dekken van plotselinge kosten na overlijden en is niet vatbaar voor verrekening of beslag. De Raad baseerde zich ook op bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek die verrekening beperken tot dezelfde wederpartij en uitsluiten indien beslag niet mogelijk is.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, wees de verrekening af en veroordeelde het bestuur in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat verrekening van de vordering op de overleden uitkeringsgerechtigde met de overlijdensuitkering aan de echtgenote niet is toegestaan.