ECLI:NL:CRVB:1991:ZB4693
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid van het koninklijk besluit tot intrekking van de Querido-regeling
De zaak betreft een hoger beroep van de Raad van Bestuur van het Academisch Ziekenhuis Utrecht tegen gedaagden die een toelage ontvingen op basis van de Querido-regeling. Deze regeling voorzag in een extra honorering voor wetenschappelijk personeel aan medische faculteiten, met name niet-klinische medewerkers, om gekwalificeerd personeel te behouden.
Het koninklijk besluit van 29 oktober 1987 schafte deze toelage per 1 januari 1988 af met een gefaseerde afbouwregeling. Gedaagden voerden aan dat dit besluit strijdig was met algemene beginselen van behoorlijk bestuur en dat de regeling onterecht werd beëindigd.
De Raad oordeelde dat het besluit ernstige gebreken vertoont omdat het onvoldoende rekening houdt met de blijvende aard van de toelage en de belangen van de betrokken ambtenaren. De afbouwregeling is te ingrijpend en onvoldoende gemotiveerd, waardoor het besluit niet als grondslag kan dienen voor het beëindigen van de toelagen.
Daarom bevestigt de Centrale Raad van Beroep het vonnis van de eerste rechter dat de bestreden besluiten niet in stand kunnen blijven en dat het koninklijk besluit buiten toepassing moet worden gelaten.
Uitkomst: Het koninklijk besluit tot intrekking van de Querido-regeling bevat ernstige gebreken en moet buiten toepassing blijven, waardoor de bestreden besluiten niet in stand kunnen blijven.