ECLI:NL:CRVB:1991:ZB4510
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring ontheffing bedrijfsmaatschappelijk werker wegens niet tijdige herplaatsing
De zaak betreft een ambtenaar die op 5 augustus 1987 ontheven werd van zijn functie als bedrijfsmaatschappelijk werker bij het ministerie van Defensie. Het Ambtenarengerecht te 's-Gravenhage had dit besluit op 11 november 1988 nietig verklaard. De Staatssecretaris van Defensie ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bestreden besluit, hoewel bedoeld als eerste stap tot overplaatsing conform art. 57, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR), feitelijk een ontheffing sec betrof omdat binnen bijna drieënhalf jaar geen herplaatsing had plaatsgevonden. Het ARAR kent de ontheffing sec niet, waardoor het besluit strijdig is met het reglement en nietig verklaard moet worden.
De Raad merkte voorts op dat de ambtenaar zich in de korte periode van zijn werkzaamheden bij de afdeling Burgerpersoneel op een wijze had gedragen die de vervulling van zijn functie ernstig bemoeilijkte, wat een wegplaatsing in het belang van de dienst rechtvaardigde. Na een reorganisatie bestond de functie niet meer in de oude vorm, maar er waren nog vacatures binnen de nieuwe structuur. De Raad sprak het vertrouwen uit dat partijen spoedig tot wedertewerkstelling zullen komen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de uitspraak van het Ambtenarengerecht en verklaarde het bestreden besluit nietig.
Uitkomst: Het besluit tot ontheffing is nietig verklaard omdat binnen een redelijke termijn geen herplaatsing heeft plaatsgevonden.