ECLI:NL:CRVB:1991:AK9486
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dag van opzegging bij overneming betalingsverplichtingen werkgever volgens nieuwe Werkloosheidswet
Eiseres was administratief medewerkster bij een werkgever die vanwege financiële problemen de activiteiten staakte en ontslagvergunningen aanvroeg. De werkgever zegde het dienstverband mondeling en schriftelijk op, waarbij de ontslagvergunning later werd verleend. Gedaagde nam de betalingsverplichtingen van de werkgever over en stelde de dag van opzegging vast op de eerste schriftelijke opzegdatum, 8 januari 1988.
De Raad moest beoordelen wat onder de dag van opzegging wordt verstaan in het kader van de overnemingsregeling van de nieuwe Werkloosheidswet (WW). Uit jurisprudentie en wetsgeschiedenis blijkt dat deze dag de rechtsgeldige opzegdatum volgens burgerlijk recht is, of bij conversie de dag waarop de werknemer kennis kon nemen van de ontslagvergunning.
De Raad oordeelde dat er pas sprake is van een later dan redelijkerwijs aanvaardbaar moment van opzegging als partijen niet adequaat op de situatie hebben gereageerd. In dit geval had de werkgever na ontvangst van de ontslagvergunning niet tijdig opgezegd, waardoor de dag van opzegging later lag dan redelijk was. De bedrijfsvereniging mocht daarom een andere dag vaststellen, maar kon niet teruggaan naar 8 januari 1988 omdat op die datum nog geen rechtsgeldige opzegging mogelijk was.
De bestreden beslissing en uitspraak werden vernietigd en gedaagde werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: De bestreden beslissing en uitspraak worden vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak.