ECLI:NL:CRVB:1991:AK9279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Cras
- Hugenholtz
- Spaas
- Rechtspraak.nl
Toepassing sanctie op WW-uitkering bij werkloosheid per dag van ontslag
De zaak betreft een geschil over de toepassing van een korting op de WW-uitkering van een werknemer die op 2 november 1987 werkloos werd. De werknemer was van 3 september tot 2 november 1987 werkzaam bij een uitzendbureau en werd ontslagen omdat hij geen vast dienstverband wilde aangaan met de opdrachtgever.
Het bestuur van de BV voor Detailhandel, Ambachten en Huisvrouwen had een uitkering toegekend onder toepassing van een korting van 10% gedurende 13 weken, omdat de werknemer passende arbeid zou hebben nagelaten te aanvaarden. De rechtbank vernietigde deze beslissing omdat volgens haar de werknemer eerst werkloos moest zijn geworden voordat de sanctie van art. 24 lid 1 sub b WW Pro kon worden toegepast, wat volgens haar pas op 3 november 1987 het geval was.
De Centrale Raad van Beroep volgde dit oordeel niet en stelde dat op de dag van werkloosheid (2 november 1987) de werknemer al als werkloos moet worden beschouwd, zodat de sanctie op die dag al van toepassing kon zijn. De Raad verwees hierbij naar eerdere jurisprudentie en de memorie van toelichting op het wetsontwerp WW.
Omdat de rechtbank zich niet had uitgesproken over de bevoegdheid tot het toepassen van de sanctie en de toetsing daarvan, vernietigde de Centrale Raad de uitspraak en verwees de zaak terug naar de Raad van Beroep te Rotterdam voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de sanctie op de WW-uitkering op de dag van werkloosheid al van toepassing kan zijn en wijst de zaak terug voor verdere behandeling.