ECLI:NL:CRVB:1988:AK3095
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Opheffing functie en ontslag wegens organisatorische wijziging bij universiteit
Eiser was werkzaam als wetenschappelijk medewerker en werd belast met een functie binnen een voorbereidingscommissie voor postacademisch onderwijs. Na de oprichting van het nieuwe orgaan PAO-BB en de decharge van de voorbereidingscommissie, stelde gedaagde dat de functie van eiser was opgeheven. De Raad concludeerde dat de functie niet meer bestond binnen het organisatorische verband van de voorbereidingscommissie en dat het ontslagbesluit op zakelijke en objectieve gronden was gebaseerd.
De Raad oordeelde verder dat gedaagde voldoende had onderzocht of er binnen de organisatie een passende andere functie beschikbaar was en dat er geen vacature bestond waarvoor eiser redelijkerwijs was gepasseerd. Ook werden andere beroepen van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat het ging om mededelingen of beslissingen die geen zelfstandige bestuursbesluiten vormden.
De Raad benadrukte dat het samenstel van werkzaamheden en de organisatorische context bepalend zijn voor het voortbestaan van een functie. Het feit dat het nieuwe orgaan PAO-BB een andere instelling is dan de voorbereidingscommissie betekent dat de functie van secretaris/hoofd bureau bij de voorbereidingscommissie niet gelijkgesteld kan worden met een functie binnen PAO-BB.
Ten slotte wees de Raad de vordering tot schadevergoeding af, omdat geen sprake was van een nietig besluit of een besluit dat schadevergoeding betrof. De uitspraak van de eerste rechter werd bevestigd en de beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het ontslag van eiser wegens opheffing van zijn functie bij de voorbereidingscommissie is rechtmatig verklaard en overige beroepen zijn ongegrond of niet-ontvankelijk verklaard.