ECLI:NL:CRVB:1980:AM5651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onverbindendheid gemeentelijke wijzigingsverordening invaliditeitsuitkering wethouder
De klager, een gewezen wethouder die sinds 1960 volledig invalide is, ontving op grond van gemeentelijke verordeningen een invaliditeitsuitkering. De gemeenteraad van G. stelde een vierde wijziging van de Uitkerings- en Pensioenverordening vast, waarin de maximale duur van de uitkering werd beperkt tot twee jaar na 1 juli 1979. Hierdoor zou de uitkering van klager per 1 juli 1981 worden beëindigd.
Klager maakte bezwaar tegen deze beëindiging en stelde dat het besluit in strijd was met algemene beginselen van behoorlijk bestuur en het rechtszekerheidsbeginsel. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers was gewijzigd met ingang van 1 oktober 1979, waardoor een recht op voortzetting van de uitkering bestond indien de gewezen wethouder op het moment van afloop van de uitkering geheel of gedeeltelijk invalide was.
De Raad constateerde dat de wijzigingsverordening van de gemeente G. niet verenigbaar was met deze imperatieve wetsvoorschriften en daarom onverbindend moest worden verklaard. De beslissing tot beëindiging van de uitkering per 1 juli 1981 kon daarom niet in stand blijven. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de uitkering per 1 juli 1981 wordt vernietigd.