Verpachtster verzocht de herziening van de pachtprijs van een boerderij met bijbehorende percelen. De grondkamer Noord stelde de pachtprijs vast op € 42.052,74 per jaar met ingang van 2022/2023. Pachter ging in hoger beroep tegen deze beschikking en verzocht om een lagere pachtprijs. De Centrale Grondkamer liet een deskundigenonderzoek uitvoeren, dat de hoogst toelaatbare pachtprijs berekende op € 42.898,87 per jaar volgens de normen van 2023.
Verpachtster betwistte de aftrekpost voor groot onderhoud die de deskundigen toepasten, omdat zij meent dat sinds 1998 het groot onderhoud volledig voor haar rekening komt. Pachter erkende dit in eerste instantie, maar kwam hier tijdens het taxatieonderzoek op terug. Omdat er geen schriftelijke wijziging van de pachtovereenkomst is overeengekomen en goedgekeurd, bleef de oude afspraak gelden dat het groot onderhoud voor de helft voor rekening van pachter komt.
De Centrale Grondkamer volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat de aftrekpost terecht is toegepast. De pachtprijs werd vastgesteld op € 42.898,87 per jaar met verschillende ingangsdata in 2023 en 2024 voor bouwland, weiland en gebouwen. Door de gewijzigde ingangsdata en het hogere normjaar gaat pachter er door het hoger beroep niet op achteruit. De beschikking van de grondkamer werd vernietigd en vervangen door deze nieuwe vaststelling.