Uitspraak
1.De procedure bij de grondkamer
f2.000,-.
2.De procedure bij de Centrale Grondkamer
3.De redenen voor de beslissing
De beslissing
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Grondkamer
Verpachtster en pachter sloten een pachtovereenkomst uit 1986 die in 2022 werd gewijzigd via een pachtwijzigingsovereenkomst. De grondkamer wijzigde de overeengekomen pachtprijs voor het pachtjaar 2021-2022 naar een lager bedrag, conform wettelijke bepalingen voor overeenkomsten die bestonden vóór 31 augustus 2007.
Verpachtster ging in beroep bij de Centrale Grondkamer tegen deze wijziging en verzocht om goedkeuring van de pachtwijzigingsovereenkomst zonder aanpassing van de pachtprijs. De Centrale Grondkamer onderzocht of verpachtster ontvankelijk was in haar beroep, waarbij artikel 36 lid 3 van Pro de Uitvoeringswet grondkamers bepaalt dat beroep niet mogelijk is bij een pachtprijsverlaging van minder dan 10%.
De Centrale Grondkamer oordeelde dat de verlaging minder dan 10% bedroeg en dat geen doorbrekingsgronden aanwezig waren, zoals het buiten toepassing laten van wettelijke regels of schending van fundamentele rechtsbeginselen. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verpachtster is niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep tegen de pachtwijzigingsovereenkomst vanwege een pachtprijsverlaging van minder dan 10%.